20. 27 februari 2016 Herdenking Slag in de Javazee

Een kentering in het behoud van Nederlands-Indië De Slag in de Javazee het was het begin van het einde.

Niemand kon de agressor Japan verslaan op dat moment 27 februari 1942 wij schrijven Historie bij de Slag in de Javazee, ten nadele van Nederland.

Hr.Ms. De Ruyter

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

915 slachtoffers waren er te betreuren bij deze slag, de schepen die aan deze strijd deelnamen op 27 februari 1942,   28 februari 1942,   en 1 maart 1942.

Hr.Ms. Torpedobootjager  “Kortenaer”   ( tijdens gevecht met de Japanse vloot)
commandant A.Kroeze

Hr.Ms. Kruiser “De Ruyter”                     ( tijdens de slag in de Javazee)
commandant E.E.B. Lacomblé

Hr.Ms. Kruiser “Java”                              ( tijdens de slag in de Javazee)
commandant  P.B.M. van Straelen

Hr.Ms.Torpedobootjager “Evertsen ”       ( na gevecht met de vijand in straat Soenda)
commandant A.Kroese

Hr.Ms.Torpedobootjager “Witte de With  ( tijdens bombardement van Soerabaja)
commandant P.Schotel

Vlaggenschip De Ruyter

De Kruiser Hr.Ms.”De Ruyter” Commandant tijdens de slag kltz.  E.E.B. Lacomblé

Alle slachtoffers worden herdacht elk jaar weer in de Kloosterkerk in Den Haag maar ook op het Ereveld Kembang Kuning ( Gele Bloem) in Soerabaja.

Afbeelding 056

Mijn bezoek aan het Karel Doorman monument in Kembang Kuning in Soerabaja in 2007

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is altijd heel bijzonder om je te interesseren over deze geschiedenis je weet dan dat als je daar bent bij dit Monument wat zich heeft afgespeeld op 27 februari 1942.

Zeker nu ik de archieven bezit van Dhr. Leo van Zeeland die de slag in de Javazee mee maakte op de Hr.Ms. Torpedojager “Witte de With” Leo van Zeeland maakte het zich eigen om alles over die Slag in de Javazee te verzamelen uit de archieven van de marine, het was voor hem een uitlaatklep en een verwerking van deze afschuwelijk slag.
Leo van Zeeland werd daardoor een vraagbaak voor de Koninklijke Marine maar ook voor nabestaanden, hij heeft vele mensen die familie verloren bij de marine in de oorlog Nederlands-Indië geholpen met informatie.

12 Hr.Ms. Witte de With - kopie

Hr.Ms. “Witte de With” waarop Leo van Zeeland voer tijdens de slag met commandant P.Schotel

De andere schepen die ten onder gingen waren de kruiser Hr.Ms. “Java” met aan boord commandant Kapitein ter zee  P.B.M. van Straelen.

03 2Hr.Ms. De Java 1

De Kruiser Hr.Ms. “Java”  Commandant ktz. P.B.M. van Straelen

Kortenaer

Torpedobootjager Hr.Ms. “Kortenaer”

 

Er is nog marinepersoneel die voeren op de schepen  die ook de slag in de Javazee mee maakten.  Het gaat dan over:

Dhr. F. Jans,  aan boord  Hr.Ms.”Kortenaer”           Commandant Ltz 1e kl. A. Kroeze
Dhr. J.C.I. Landegent,  aan boord  Hr.Ms.”Tromp”  Commandant Kltz J.B.de Meester
Dhr. R. van Wely,  aan boord Hr.Ms.”Banckert”      Commandant Ltz 1e kl. L.J. Goslings

Allen waren aanwezig 27 februari 2016 in de Kloosterkerk in Den Haag om bij de herdenking kracht bij te zetten opdat wij nooit vergeten.

Den Haag, 27 februari 2016 In de Kloosterkerk in Den haag werd zaterdag de Herdenking van de Slag om de Javazee gehouden. Foto: Een van de overlevenden.

In de Kloosterkerk in Den Haag werd zaterdag de Herdenking van de Slag om de Javazee gehouden.
Foto: Een van de overlevenden Dhr. R. van Wely

De heer R. van Wely  voer op de torpedobootjager Hr.Ms.Banckert  als Luitenant ter zee 2e klas .

01 - kopie (2)

Opgetekend door Dhr. Leo van Zeeland

14 Hr.Ms. Banckert - kopie (2)

Hr.Ms.”Banckert”in dienst gesteld 14 november 1930. Tijdens de 2e wereld-oorlog verbleef het schip in Nederlands Oost Indië. Sinds 10 mei 1940 verrichte Hr.Ms.”Bankert” escortediensten in de Indische wateren. Op 15 februari 1942 in actie bij de Gaspar Straten. op 2 maart 1942 op het Marine Etablissement te Soerabaja door Marinepersoneel vernield, na op 24 en 28 februari 1942 in de Perakhaven door Japanse luchtaanvallen te zijn beschadigd. Het schip werd na de capitulatie van Japan te Soerabaja teruggevonden als “Patrolboat 106”, doch onherstelbaar en in september 1949 in straat Madoera als doelschip bij schietoefeningen tot zinken gebracht.

Dhr. van Wely kwam op 3 maart aan met marine personeel in Tjilitjap om te ontvluchten naar Colombo met de Kota Baroe en dat gelukte wonderwel.

kota-baroe-001

Schepelingen

Ook was aanwezig tijdens de herdenking op 27 februari 2016 Dhr. J.C.I. Landegent als marinepersoneel voer hij op de licht kruiser / flottieljeleider  Hr.Ms.”Tromp” die ook op de Indische wateren voer.

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk Links Dhr. J.C.I. Landegent.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

05 Hr.Ms. Tromp - kopie (2)Hr.Ms. Tromp oorspronkelijk flottieljeleider genoemd,daarna lichte kruiser.In dienst gesteld 18 september 1938. Het schip bezocht in november 1938 Fortsmouth en Napels. In januari 1939 te Lissabon in aanvaring gekomen met het Duitse m.s. “Orincco”. Eind 1939 werd aan de vlootrevue te Rotterdam deelgenomen. Op 19 augustus “39  vertrok Hr.Ms. “Tromp” met spoed naar N.O.I. . Na 10 mei werden konvooidiensten in de Indische wateren verricht.

Op  4 februari 1942 in aktie bij Kangean en van 14/15 februari in aktie bij Banka en Billiton. op 20 februari 1942 in gevecht in Straat Badoeng ,waarbij het schip ernstig werd beschadigd. Op 23 februari vertrok Hr.Ms.”Tromp” van soerabaja naar Fremantle in Australië voor herstel. Daarna bij de Amerikaanse 7e vloot ingedeeld voor escortdiensten.
In januari 1944 ingedeeld bij de Britse Eastern Fleet. Op 18 april 1944 met succes in aktie bij Sabang.  Op 17 mei 1944 bij Soerabaja, op 25 juli in aktie in de Sabangbaai en op 24 augustus in aktie bij Padang. Van 30 april tot 7 mei 1945 deelgenomen aan de landing bij Rangoon en het bombardement van Adamanen en Nicobaren. Op 16 mei 1945 in aktie in Straat Malakka en daarna naar de Amerikaanse 7e vloot. Op 6 juli 1945 herovering  Balikpapan en daarna bij Britse Indian Fleet.
Hr.Ms.”Tromp” was op 16 september het eerste Nederlandse oorlogsschip, dat na de oorlog met Japan te Batavia kwam.

Op 12 oktober 1945 had de capitulatie van Biliton plaats aan boord. In het voorjaar 1946 werd de terugreis naar Nederland aanvaard en op 3 mei 1946 kwam het schip te Amsterdam aan en ging in groot onderhoud. Op 1 juli 1948 was Hr.Ms.”Tromp” weer gereed voor de dienst. Einde juni 1949 werd deel genomen aan de vlootoefeningen van Westerse Unie in het Engelse kanaal en golf van Biscaye, daarna  gebruikt als opleidingsschip te Amsterdam, Hr.ms.”Tromp” werd onderscheiden met de Koninklijke Vermelding bij Dagorde. Op 1 dece4mber 1955 uit de sterkte afgevoerd en werd logementschip te Den Helder.

Ook was aanwezig ook op hele hoge leeftijd Dhr. H. Kleijn. Dhr.Kleijn, was op de opleiding stoker 3 op de Marinekazerne  Goebeng in Soerabaja, hij zag zijn marinematen vertrekken vanuit Soerabaja om slag te leveren en heeft geen van allen meer gezien.

Henk Kleijn 1945 en 2015 (002)

Dhr. H. Kleijn als leerling matroos en later in zijn woning in Nederland nu Veteraan.

De voltallige bemanning van de Hr.Ms."De Ruyter"vlak voor de slag in de Javazee.

De voltallige bemanning van de Hr.Ms.”De Ruyter” vlak voor de slag in de Javazee.

Dhr. H.Kleijn werd krijgsgevangen gemaakt door de Jappen na dat hij met de marine probeerde om te ontvluchten via Tjilitjap al het  marine personeel werd geëvacueerd naar de  bestemmingen naar Colombo of Australië.

Henk Kleijn kwam op een schip van de K.P.M. ( Koninlkijke Pakket Maatschappij)  de
Duymaer van Twist.

70-duymaer-van-twist

K.P.M. schip Duymaer van Twist werd ook gebruikt als zijnde vluchtschip naar Australië, via Tjilitjap

Kleijn vervolgt: “Wij moesten toen evacueren. Vanuit Soerabaya, reisden we per trein naar Tjilatjap. Hier werden wij in groepjes verdeeld. Wij kwamen terecht op koopvaardijschip Duijmaer van Twist van de KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij) waarmee we naar Australië zouden varen. Toen we onderweg waren, zagen wij een Japans vliegtuig aanvliegen en weer verdwijnen. Dat was foute boel! En ja hoor. Niet lang daarna zagen wij die dreigend uitziende zware kruisers opdoemen. Al gauw kwamen ze bij ons aan boord, namen het commando over en wij werden krijgsgevangenen gemaakt.”

Via Makassar kwam Henk Kleijn in Japan terecht en werd na maanden in dit Jappenkamp over gebracht per schip naar Japan om daar te werk gesteld te worden in Fukuoka kamp 2B ofwel Nagasaki 2B Henk Kleijn overleefde de Fatman de Atoombom die Nagasaki met de grond gelijk maakte.

Afbeelding (12)

Ik vond in het register van Mansell dit document waarop Henk Kleijn als derde opstaat.

Het adres van Henk Kleijn in Soerabaja was Salakweg 7 Henk had waarschijnlijk kampnummer 166.

Ook was daar bij de herdenking Dhr. F.C. Bakker die had ik al wel eerder gesproken in 2015 ook bij de herdenking in de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout in Den Haag.

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk met rechts Dhr. F.C. Bakker

Dhr. Felix Bakker begon zijn Mariniers loopbaan op de opleiding in Soerabaja op marinierskazerne Goebeng 1941-1942 Marinebataljon (feb-mar 1942)  en werd ook Japans krijgsgevangenen ( 1942-1945).

Bakker_ZW

Felix Bakker marinier 3e klasse januari 1942

Felix Bakker begon zijn opleiding  bij de marine als 16 jarige matroos in Soerabaja
op de marinierskazerne Goebeng op 24 november 1941 .
De opleiding begon 1 december 1941 het was heel ongewoon dat Indische jongens bij de Mariniers konden het was bij uitstek een Blank keurkorps.
Op 8 december brak de oorlog uit tegen Japan daarom kon de opleiding niet volledig worden afgemaakt.
De vijand naderde in hoog tempo en bombardeerde Soerabaja vanaf vliegveld Kendari op Zuid-Celebes
Felix Bakker had ook nog geen uniform de meeste jongens liepen nog in korte broek.

In diezelfde tijd begin maart 1942 moesten Felix en de andere onervaren mariniers volop aan de strijd deelnemen op Oost-Java.
Kort tevoren was in Soerabaja een Marinebataljon geformeerd, bestaande uit twee compagnieën mariniers en twee compagnieën landstorm- en militiepersoneel van de Marine Bewakingsafdeling. Commandant was luitenant-kolonel W.J. Roelofsen.5) Op 4 maart werden deze troepen richting Djombang gedirigeerd. Felix Bakker was toegevoegd aan het detachement van eerste luitenant J.G.M. Nass. De in totaal 37 mariniers tellende verkenningsgroep opereerde op 5 maart 1942 vanuit Djombang, in de driehoek Ngandjoek, Kediri en Kertosono. “Toen we onze stellingen hadden betrokken in de buurt van Ngandjoek en in afwachting waren van de vijand, kwamen vanuit het Westen gemotoriseerde eenheden van het KNIL. Felix Bakker was onder de indruk van het rollend materieel, wapentuig waarop ze als mariniers jaloers waren. Echter, bij nader inzien waren deze troepen volkomen afgemat en gedemoraliseerd. De troepen bewogen zich sjokkend voort, zagen er vies en moe uit. Hier was geen sprake meer van een georganiseerd en strijdbaar leger, eerder een verslagen leger.” De KNIL-officieren gaven aan dat hun manschappen doodop waren en zich terugtrokken tot de rivier Brantas, bij Djombang. Luitenant Nass en zijn mannen “mochten” de vijand tegemoet treden en zijn opmars proberen te vertragen. Onbekend was nog waar de vijand toen was en welke sterkte hij had. Later bleek het om het 47e Infanterieregimente te gaan, voorzien van zware wapens en bestaande uit ervaren troepen. Het detachement-Nass verweerde zich goed, voerde geen aanvallen uit. Maar gezien de overmacht raakten Nass en zijn mannen omsingeld. Het lukte de “bekwame en flegmatieke” Nass uit te breken en uiteindelijk richting Kediri te gaan. Daar hoopte het detachement nadere orders van hogerhand te ontvangen. Toen die uitbleven bewoog de groep zich met hun gevechtswagens naar Kertosono en voerde enige aanvallen uit nabij de plaats. Hierna trokken de manschappen zich weer terug en kwamen weer in Kediri. Felix Bakker herinnert zich goed de aanblik van tientallen vrouwen en kinderen, die smeekten om hulp en met de troepen mee wilden vertrekken, indien mogelijk naar het nog veilige Malang. Het enige wat de soldaten konden doen is adviseren op eigen gelegenheid daarheen te gaan. De opdracht van de mariniers was via Pare proberen Djombang te bereiken en daar zich weer bij het bataljon te voegen. Emotioneel was voor Felix Bakker het moment dat ze Kediri moesten verlaten en de verdediging van de stad moesten laten aan de goedwillende en dappere mannen van de Landstorm en Stadswacht. Een onmogelijke opdracht gezien de oppermachtige vijand. Felix Bakker schreef eerder: “Met een brok in de keel en met gevoelens van schaamte en machteloze woede dat wij die vrouwen en kinderen niet konden en mochten beschermen tegen de oprukkende vijand en tegen mogelijke rampokbenden”. Het marinebataljon kreeg het zwaar te verduren toen de Japanners oprukten. Chaos en paniek braken uit toen ze bij de spoorbrug bij Kertosono aankwamen en door Javaanse KNIL-soldaten werden beschoten. Mortiervuur sloeg de mariniers uiteen, zodat ze steeds kwetsbaarder werden voor een aanval. De Japanners namen een groep omsingelde mariniers gevangen.6) Op de binnenplaats van een afgelegen rijstpellerij nabij Kertosono op Oost-Java werden de onderofficieren van de groep, een sergeant, een sergeant-adelborst en een korporaal-adelborst op wrede wijze ondervraagd, maar in leven gelaten. Zij moesten evenwel aanhoren hoe de negen aan handen en voeten gebonden manschappen (zes mariniers, twee stokers en een matroos) door de Japanners met bajonetten ter dood werden gebracht.7)

Ten slotte verhaalt Felix Bakker nog over een bizar feit waarmee zijn eenheid te maken kreeg. Terwijl de mariniers zich voorbereidden op een confrontatie met de vijand, zagen ze rond zeven uur ’s morgens uit de richting van Soerabaja een passagierstrein aankomen. Deze trein reed dus in de richting van de Japanners! Alsof ze in Soerabaja dachten dat het westelijker veiliger zou zijn. Van een kennis vernam Felix Bakker later dat de mensen in de trein juist die dag waren geëvacueerd richting Madioen of Djokjakarta. In Madioen moeten deze mensen toch erg verbaasd en bang zijn geweest toen ze overal Japanse militairen zagen…Getuigen hebben later trouwens nog gezien dat Indonesiërs de Japanners juichend hebben verwelkomd en dat er her en der Japanse vlaggen hingen. Het relaas van Felix Bakker past geheel in eerder vertelde getuigenissen van die snelle opmars en veroveringen van de Japanners. Chaos, paniek (friendly fire) en onwetendheid (de trein van Soerabaja naar het “veilige” westen van Java) vormen het theatre of war. Een drama dat door dit soort verhalen iets beter te begrijpen wordt.

In krijgsgevangenschap
Moed en strijdlust bleken niet genoeg om Indië met succes te verdedigen. Op 9 maart 1942 tekent generaal H. ter Poorten in Kalidjati (Bandoeng) de capitulatie van het KNIL. Voor Felix Bakker was het een dramatisch moment toen bataljonscommandant Roelofsen aan luitenant Nass de opdracht gaf de witte vlag te hijsen.8) Het betekende het eind van een korte, heftige tijd als marinier. Felix Bakker, zijn dienstmaten en alle Europeanen traden een ongewisse toekomst tegemoet. Hij kijkt er naar terug als “meer dan drie bittere jaren van vernederende krijgsgevangenschap, [gevolgd door] onder meer de slavenarbeid aan de Birma-Siam Spoorweg, waaraan pas in augustus 1945 in Thailand een einde kwam”.

Ook weer was Dhr. F.A.Jans aanwezig net als vorig jaar met Dhr. Jans heb ik helaas weinig gesproken wel wist ik dat hij voer op de Torpedobootjager Hr.Ms.”Kortenaer” ten tijden van de Slag in de Javazee.

6420491_orig

De Hr.Ms.Kortenaer”

Hr.Ms. “Kortenaer” in dienst gesteld 3 september 1928. Tijdens de 2e wereld-oorlog verbleef het schip in Nederlands Oost.Indië . Op 10 juni 1929 o/b van Ltz 1 H Nieuwenhuis van Nieuwediep naar Curacao vertrokken in verband met de overval door Urbina. Sinds 10 mei 1940 verrichtte Hr.Ms. “Kortenaer”escorte diensten in de Indische wateren.
Op 15 februari 1942 in aktie Gaspar Straten. op 27 februari 1942 tijdens de slag in de Javazee getorpedeerd door de Japanse kruiser “Haguro” en onmiddelijk gezonken.

Natuurlijk is er over geschreven door drenkelingen en door de Luitenant ter zee 1e klasse  R.M. Crommeling  (ex-oudste officier Hr.Ms.torpedobootjager “Kortenaer”) over de Slag in de Javazee.

Ik begin met het ooggetuige relaas van Crommeling dat begint met een samenvatting en opsomming van gebeurtenissen, Inleiding, Voorspel, Vuur openen, Exeter getroffen,

Hier begin ik te vertellen uit mijn archieven Exeter getroffen.

Kort na 17.00 uur merkten wij plotseling, dat H.M.S Exeter getroffen was ( van treffers op de andere kruisers hadden wij niets gemerkt). Dikke stoomwolken stegen op uit schoorstenen en voorschip, en wij meenden dat de Exeter in brand stond, hetgeen gelukkig bleek onjuist te zijn. Exeter draaide af, bakboord uit, en ook de overige kruisers draaiden mee, doch vóór ook wij van koers waren veranderd werd de “Kortenaer”getorpedeerd.

Ik was juist terug van een ronde over dek en in de, onder de brug aan stuurboord gelegen, radiohut, en stond op de brug naast de Commandant( Ltz 1 A.Kroese) aan stuurboord van het standaardkompas, toen een geweldige explosie het schip als het ware uit het water lichtte, er weer terug in kwakte, waardoor ( én door hevige trillingen van het scheepsverband) iedereen op de brug tegen het dek werd geworpen.
Ik had mij tevoren goed ingedacht wat mij te doen zou staan als het schip getroffen werd; ik wist dat reeds vele schepen verloren waren gegaan doordat het schip preamatuur verlaten was, terwijl bij onmiddelijk aanpakken van de “Damage-control-maatregelen het schip behouden had kunnen blijven.
Mijn eerste reactie was dus “wij zijn getroffen- schip behouden en ik riep “houd je vast”
Aan boord blijven of iets dergelijks. Na eenige seconden begreep ik dat mijn ijdel was.
Het voorschip viel eenvoudig om’ik zag hoe de Cdt en Off.v.Art (Ltz II Reiche) zich, evenals ik, vasthielden aan het standaardkompas of een stut. Ik verwachtte niet anders dan dat het schip zou kapseizen en op ons zou vallen, flitse door mijn hoofd: “afgelopen!”
Toen de helling naar schatting 70 graden was geworden en ik tot mij middel in het water stond liet ik los en zette krachtig af om van het nu snel zinkende schip weg te komen. Tot mijn verwondering viel het schip niet verder om,doch richtte zich nu met kracht op – het loslaten was dus niets te laat geweest. Dit alles was werk van plus minus 6 seconden.
Zodra ik goed vrij was van het schip draaide ik mij om en zag dat ook het achterschip zich rechtstandig uit het water had opgericht. het was als een knipmes dubbelgevouwen, waarbij de dekken van voor-en achterschip niet meer dan 2 of 3 meter van elkaar waren verwijderd. De zee was direct met een dikke laag stookolie bedekt.

Vele drenkelingen kwamen om ook waren erbij die zich konden vasthouden aan een vlot en brachten redding de bemanning van de Kortenaer hebben uren rond gedreven
Het was ongeveer 22.17 uur in de avond toen een silhouet verscheen het werd verkend als zijnde van een kruiser dat zeer snel groter werd; het bleek de “Ruyter”te zijn, die recht op ons aanstoomde. pas toen het schip vlakbij was zagen wij dat ook de andere kruisers ( zonder Exeter) er achter zaten. Uitwijken was natuurlijk uitgesloten en wij verwachten niet anders dan overvaren te worden, doch blijkbaar heeft De Ruyter ons op het laatste ogenblik gezien en is naar bakboord uitgeweken. De kruisers passeerden ons niet meer dan 50 meter en wij zwaaiden en juichten, hoewel dat laatste voor de kruisers wel niet hoorbaar zal zijn geweest. In het maanlicht konden wij de herkennen.
Toen de kruiser voorbij waren zagen wij een Holmes-licht op korte afstand drijven; blijkbaar was het door een der kruisers uitgeworpen ( dit bleek later U.S.S Houston te zijn geweest) De hoop op redding was nu hoog gestegen. Doch ook de vermoeidheid deed zich gevoelen, en het werd rustig op de vlotten.

7c635f73c110d72d92b1cc8cf7d354f1a4488c233446274ecde16c888b956e5f

De drenkelingen van de Kortenaer zien de kruisers in kiellinie voorbij stomen.

Uiteindelijk werden de drenkelingen gevonden en aan boord gebracht van de H.M.S Encounter die alle die werden gevonden naar Soerabaja bracht.

Dhr. F.A Jans werd toch krijgsgevangen gemaakt en kwam in Soerabaja bij het HSB kamp met ongeveer 1900 gevangenen werd vertrokken op 1 februari 1943 naar Singapore met de Maebashi Maru, zij behoorden tot de Javaparty 12 het 12e krijgsgevangenentransport dat van Java vertrok.

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterk met Dhr. F.A. Jans

De route liep vlak langs de noordkust van Java.  Het was een smerig schip, afgewerkte kolen lagen aan dek; alles, ook de bemanning, zag er zwart en vettig uit. De krijgs­gevangenen werden in het voorste ruim gepropt, officieren en manschappen door elkaar. Er waren geen patrijspoorten, de ventilatie werkte niet, er hing een verpeste lucht. Lig­gend slapen was onmogelijk, iedereen zat met opgetrokken knieën.

Het eten bestond uit wat rijst en vissoep. Door een vis­vergiftiging werden velen beroerd en moesten over­geven. Daarnaast trad nog een permanganaat-vergiftiging op doordat de verdunde permanganaat (gebruikt om eetgerei af te spoelen) per ongeluk als thee werd geschonken; maag- en buikklachten waren het gevolg.

Op 3-2-1943 kwam het schip aan op de rede van Tandjong Priok (de haven was geblokkeerd door gezonken schepen); hier werd in verband met de vele zieken aan boord een medische keuring gehouden; hierbij werden ongeveer 200 man afgekeurd en aan wal gebracht. Op 5-2-1943 ging het schip verder richting Singapore.

Op 9-2-1943 kwam het schip in Singapore aan. De mannen werden in open vrachtauto’s in de stromende regen getrans­porteerd naar de kazernes van Changi, afdeling Southern Area Changi Hills, NAAFI-blok. Er waren bij aankomst ongeveer 300 krijgsgevangenen met dysenterie (zij moesten naar een ziekenhuis).

Vandaar uit  gingen met treintransporten naar Ban Pong, het beginpunt van de Birmaspoorweg in Thailand, op  15-4-1943.

Laatste persoon die ik nu beschrijf is Dhr. C.H.E Jacob een vliegtuigmaker van de Marineluchtvaartdienst.

Dhr. Jacob is geboren op Java te Soerakarta ( Solo) 23-9-1923 kreeg op jonge leeftijd het advies van zijn opa om naar de marine te gaan in Soerabaja de oorlog stond voor de deur met Japan. Naar school gaan lukte niet meer zo kwam Eduard Jacob op Morokrembangan in Soerabaja. Eduard werd als lichtmatroos aspirant-vliegtuigmaker
ingedeeld om zijn opleiding te beginnen, maar daar kwam weinig van terecht de Japanse aanvallen begonnen al boven Soerabaja. Zijn marineonderdeel werd via Tjilitjap getransporteerd om vanuit daar naar Colombo te vluchten  met de Kota Baroe, net als Dhr. Wely die ik ook beschreef op 3 maart 1942.
Aangekomen te Colomba Ceylon werd daags later koers gezet naar Durban Afrika en daarna naar Engeland Liverpool.

DSC_9976

Dhr. C.H.E. Eduard voor het laatste model van een Vliegboot Dornierdo24k in het NMM museum in Soesterberg.

De Dornierdo24k was het eerste vliegtuig ( vliegboot) waar aan Dhr.Jacob in zijn opleiding begon te sleutelen als vliegtuigmaker. Het was in Soerabaja op de Marine basis Morokrembangan met weemoed moet Eduard Jacob er aan terug denken bij het zien van deze vliegboot in het Nationaal Militair Museum te Soesterberg.

Kort  voor de Japanse bezetting ontsnapte hij op 3 maart 1942 aan boord van MS Kota Baroe vanuit Tjilatjap naar naar Ceylon. Vervolgens ging de reis verder via Zuid Afrika naar Groot Brittannië waar hij  begin mei 1942 arriveerde. Na een kort verblijf bij de Irene Brigade in Wolverhampton ging hij aan de slag als vliegtuigmaker bij het 320 Squadron van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) Kort  voor de geallieerde invasie in Normandië kreeg de marine-eenheid op Dunsfold bezoek van de geallieerde opperbevelhebber generaal Dwight D. Eisenhower. Deze laatste maakte tijdens de inspectie van het Nederlandse Squadron onder meer een praatje met de toen nog maar achttienjarige Jacob. “Eisenhower vroeg hoe ik bij het squadron was gekomen. Dat kwam door mijn opa . Ik zat op de technische school, maar hij zei dat ik beter in dienst kon gaan. Hij zag het naderende gevaar: Japan was in aantocht. Zonder mijn opa had ik dit verhaal niet kunnen vertellen. Ik ben met de Marine toch bijna overal geweest, maar ik heb van mijn klasgenoten nooit meer iemand teruggezien” Jacob diende na de 2e WO in Nederlands Indië en was ook op Nederlands Nieuw Guinea gestationeerd.
scan 2 - kopie

C.H.E Jacob in gesprek met Dwight Eisenhower

Afbeelding (13)

C.H.E. Jacob viel opdat moment onder het wapen van de R.A.F

 

 

Als vliegtuigmaker IIe klasse repareerde ik tot het einde van de oorlog teruggekeerde bommenwerpers bij de Marine Luchtvaartdienst in Wolverhampton. Na diverse overplaatsingen naar ondermeer Nederlands-Indië ben ik in 1973 als majoor-vliegtuigmaker afgezwaaid, na 42 jaar bij de Marine.”

Toch was het ook een lastige tijd. Ik was erg ver van huis, maar ik heb geluk gehad dat ik kon ontsnappen. Velen van mijn leeftijd moesten onder de Jappen hun eigen graf graven om er vervolgens in te worden doodgeschoten.

Tijdens de D-dayperiode hebben we onderling niet veel getreurd over de mensen die niet meer terugkwamen. We waren wel verdrietig, maar er werd onderling niet over gesproken. Dit hoorde bij het leven. Ik ben gelovig en heb het aan de Heer overgelaten. Het geloof heeft mij er doorheen getrokken. Ik heb in die periode erg veel gebeden voor mijn medemensen. Ik was voor veel vliegers en waarnemers een vertrouwenspersoon. Zelf dacht ik ook veel na over mijn familie. Ik probeerde deze gedachtes te blokkeren, maar op rustigere momenten deed je het toch. Mijn moeder zei voordat ik vertrok: ‘Als mijn zoon terugkomt, geef ik een groot feest.’ Ik weet nog dat ik eindelijk terug naar huis mocht, maar wist niet waar mijn moeder woonde. Via-via kreeg ik te horen waar ik naartoe moest. Toen ik mijn moeder eindelijk zag, heb ik flink gehuild. Ik ben in haar armen gedoken. We hebben samen gehuild. Dikke tranen over onze wangen. Pas later ben ik er achter gekomen dat mijn familie het heel moeilijk heeft gehad. Daarover heb ik me weleens schuldig gevoeld. Ik ben namelijk de oudste en in de Indonesische cultuur moet je dan voor je ouders zorgen.

Dhr.Eduard Jacob kwam terecht in het tehuis Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek. Dhr. Jacob ontmoette ik regelmatig op de reünies van de MLD met nog een vliegtuigmaker een vriend van Dhr. Jacob vanaf dat moment zijn wij goede vrienden geworden en kom ik zeker eens per maand om hem te bezoeken.

Ben ook vrienden van Bronbeek geworden zo wie zo voor het verhaal van Indië wat wordt verteld op de bovenste verdieping van het Museum.

Ook bezit ik de archieven van de marine vanuit de 2e wereld oorlog mij geschonken door een oud marineman die de Slag in de Javazee mee maakte Dhr. M.G.J van Zeeland, zijn verhaal is ook in voorbereiding voor de website.
Dhr. Leo van Zeeland voer tijdens de aanval in de slag in de Javazee op de “Hr.Ms. “Witte de With” .

48669489-0cb8-493f-a196-9ddb966b0f8d

Dhr. M.G.J. van Zeeland

 

 

 

Rest mij nog om enkele foto’s te publiceren van de herdenking Slag in de Javazee 27 februari 2016 in de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout in Den Haag.

04

01 C.H.E. Jacob

 

 

 

 

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk

 

Herdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk

 

Herdenking Slag om de Javazee in KloosterkerkHerdenking Slag om de Javazee in Kloosterkerk

 

Voor de personen die deze site willen zien u mag een reactie schrijven in onder staand kolom.

U kan ook een mail turen naar het adres history@dornierdo24k.nl